← Duikgids

Rifkoraalsoorten herkennen: een veldgids voor duikers

Koraal is geen plant — het zijn kolonies van levende poliepen (dierlijke organismen) die via fotosynthetische algen (zoöxanthellae) energie halen uit zonlicht. De bouwsteen van elk tropisch rif. Koraal herkennen maakt elke duik informatierijker en helpt je gezonde riffen van aangetaste riffen te onderscheiden.

Hard koraal vs. zacht koraal

Hard koraal (Scleractinia): Kalkskelet, rif-bouwers. Groeit langzaam (1–2 cm per jaar). Vormt de ruggengraat van tropische riffen.

Zacht koraal: Geen vast skelet; flexibel, bladachtig. Bevat kleine kalkspikels (spiculen). Groeit op hard substraat of ander koraal. Kleurrijker dan hard koraal.

De meest voorkomende hard koraalsoorten

Acropora (hertshoornkoraal): Meest verspreide rifkoraal ter wereld. Vertakt als hertshoorn. Groeit snel aan rift-toppen en ondiepere zones (5–15 m). Koraalbleeking treft Acropora als eerste.

Porites (massief koraal): Bolvorming of kogelvormig, erg langzaam groeiend (mm per jaar). Wordt eeuwenoud — bollen van 3 m doorsnede zijn 500+ jaar oud. Toleranter voor hogere temperaturen dan Acropora.

Montastrea/Orbicella (sterkoraal): Groot, glad, knobbelig. Ovale polypenkelken. Veel voorkomend in het Caribisch gebied.

Fungia (paddestoelkoraal): Losse, ronde schijf die vrij op de zeebodem ligt. Kan zich verplaatsen bij begraving.

Goniopora (bloemenkoraal): Zacht aanzicht maar toch hard skelet. Verlengde polypen met 24 tentakels — ziet eruit als een bloeiend veld.

Zacht koraal soorten

Gorgonenfans (Gorgonia): Platte, waaiervormige skeletroosters. Groeien loodrecht op de stroomrichting om maximaal plankton te filtreren. Kleuren: oranje, geel, roze.

Sinularia/Lobophytum (lederkoraal): Vlezige, onregelmatige lobben. Bruin tot groen. Dominant in tropische ondiepwaters.

Dendrophyllia/Tubastraea (oranje koraal): Azoöxanthellaat — geen fotosynthese, afhankelijk van filtervoedering. Groeit in donkere grotten en onderkanten van riffen. Felle oranje/gele kleur.

Koraalstatus herkennen

Gezond koraal: Heldere kleuren, geëxtendeerde polypen (overdag bij sommige soorten, 's nachts bij bijna alle), geen algengroei op de koraaloppervlakte.

Licht gestrest: Bleker van kleur maar niet volledig wit. Polypen soms teruggetrokken.

Gebleekt koraal: Volledig wit — zoöxanthellae zijn uitgestoten. Koraal leeft nog maar heeft geen energiebron meer. Na 4–6 weken sterft het zonder herstel van de temperatuur.

Dood koraal: Wit of groen/bruin met algenbegroeiing. Structuur intact maar organisch weefsel weg. Wordt naderhand gekoloniseerd door algen, sponzen en andere organismen.

Loggen in Depth

Noteer bij elke duik het rifgezondheids-niveau op een schaal van 1–5 (1 = dood, 5 = uitstekend). Depth laat je ook koraalsoorten als observatie loggen. Over meerdere bezoeken aan dezelfde locatie zie je of het rif achteruitgaat, stabiel blijft of herstelt.