← Duikgids

Decompressieduiken: wanneer ga je over de no-deco grens en hoe is het veilig?

De meeste recreatieve duiken blijven binnen de no-decompressiegrens (NDL): de maximale tijd op een bepaalde diepte zonder verplichte decompressiestops te maken. Zodra je die grens overschrijdt — bewust of onbewust — doe je een decompressieduik. Dit vereist extra kennis, planning en veiligheidsmarges.

Wat is een decompressiestop?

Als stikstof te snel uit oplossing in je bloed vrijkomt (bij te snel opstijgen), vormen zich belletjes in weefsel en bloed. Dat is decompressieziekte. Om dit te voorkomen stijg je langzaam op en houdt je bewuste decompressiestops: je stopt op een specifieke diepte (bijv. 6 meter, 3 meter) en wacht totdat voldoende stikstof via je longen is uitgeademd.

Bij een recreatief duik zijn decompressiestops niet gepland maar komen voor als "veiligheidshalte" (safety stop): 3 minuten op 3–5 meter aan het einde van elke duik. Dit is geen verplichte decompressiestop maar een goede gewoonte.

Een verplichte decompressiestop treedt op als je de NDL hebt overschreden. Je kunt niet meer direct opstijgen zonder risico op DCS.

Wanneer ga je over de NDL?

De NDL varieert per diepte. Voorbeelden (lucht, PADI-tabellen):

  • 18 meter: NDL 56 minuten
  • 25 meter: NDL 30 minuten
  • 30 meter: NDL 20 minuten
  • 40 meter: NDL 9 minuten

Na herhalingsduiken wordt de NDL korter vanwege residuele stikstof. Na een duik tot 30 meter met 20 minuten bottom time is een herhalingsduik tot 18 meter na 1 uur oppervlakteinterval misschien nog maar 25 minuten NDL.

Als je de NDL overschrijdt (expiratie timer op je computer slaat op nul of wordt negatief), ben je in deco. Je computer berekent de vereiste stops en tijden.

Recreatief technisch duiken (Rec Tec)

Recreatief technisch duiken omvat geplande decompressieduiken tot 40 meter, met maximaal 10–20 minuten decompressietijd aan het einde. Dit is het terrein van PADI TecRec, SSI TechForm, of TDI Decompression Procedures.

Voor decompressieduiken heb je extra kennis nodig:

  • Berekening van decompressietijden (Bühlmann-algoritme of DSAT)
  • Gebruik van decompressiegassen (bijv. 50% nitrox of zuurstof voor de ondiepste stops)
  • Gasplanning voor de decompressiefase
  • Back-up procedures als decompressiegas mislukt

Een decompressieduik mag nooit worden gemaakt zonder voorafgaande training.

De goudstandaard: 1 meter per 3 seconden + safety stop

Voor recreatieve duikers is de vuistregel: nooit sneller dan 18 meter per minuut opstijgen (1 meter per 3 seconden op moderne computers), gevolgd door een safety stop van 3 minuten op 5 meter.

Als je computer een deco-stop verplicht stelt, voer die dan uit. Sla hem nooit over, zelfs als je gas krap wordt. Kom niet boven tot alle stops zijn voltooid.

Gasreserve bij decompressieduiken

Bij een decompressieduik moet je gas hebben voor:

  1. De terugroute naar het opstijgpunt
  2. Alle vereiste decompressiestops
  3. Een veiligheidsmarge van minimaal 50 bar

Als je gas op de bodem al krap begint te worden, is het te laat om veilig te decomprimeren. Plan altijd conservatief en gebruik de gasregel van kwarten (30% heengaand, 30% teruggaand, 40% reserve) bij decompressieduiken.

Registreer elke decompressieduik in Depth met de geplande en werkelijke stoptijden, de gebruikte mengsels en de computerlezing bij het einde van de deco. Dit helpt je verband leggen tussen planningskeuzes en werkelijke gasbehoefte.