Je wilt leren duiken. De eerste vraag: bij welke organisatie? Er zijn tientallen erkende duikorganisaties, maar de praktijk wordt bepaald door vier spelers: PADI, SSI, CMAS en NAUI. Ze erkennen elkaars brevetten, maar ze zijn niet identiek.
PADI (Professional Association of Diving Instructors)
Marktaandeel: Grootste ter wereld; ~30 miljoen gecertificeerde duikers Herkomst: VS, 1966 Filosofie: Gestandaardiseerde cursusflow; e-learning online vóór de les
Cursusstructuur:
- Open Water Diver (OWD): 3-4 dagen; eLearning + geconfined + 4 vrijwater-duiken
- Advanced Open Water: 5 aventuur-duiken (navigatie en diep verplicht)
- Rescue Diver → Divemaster → OWSI (instructeur)
Voordelen:
- Wereldwijd erkend, universeel op vakantiebestemming
- Enorme netwerk van duikscholen
- eLearning breed beschikbaar, ook in het Nederlands
Nadelen:
- Commerciëler; meer module-cursussen die geld kosten
- Sommige kritici: minder hoog kwaliteitsminimum dan CMAS
SSI (Scuba Schools International)
Marktaandeel: Tweede wereldwijd; groeiend Herkomst: VS, 1970 Filosofie: Gelijkaardig aan PADI; digitaal platform (SSI App)
Cursusstructuur:
- Open Water Diver: Vergelijkbaar met PADI OWD
- Advanced Open Water: Meer keuze in specialisaties dan PADI
- Specialty-cursussen: Uitgebreider assortiment
Voordelen:
- Gratis digitale leermateriaal (SSI App, geen boekkosten)
- Iets flexibeler dan PADI in cursus-inhoud
- Digitale logboekintegratie
Nadelen:
- Minder verspreid op exotische bestemmingen (PADI domineert)
- Minder herkenbaar merk
CMAS (Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques)
Marktaandeel: Dominant in Europa (FR, IT, NL via NOC*NSF) Herkomst: Parijs, 1959; opgericht mede door Jacques Cousteau Filosofie: Ster-systeem (1-3 sterren); meer theorie-gedreven
Cursusstructuur:
- 1*: Open Water equivalent; meer aandacht voor theorie
- 2*: Geavanceerd niveau; meer vereiste duiken dan PADI Adv
- 3*: Divemaster-equivalent
- Instructeursprogramma via nationale federaties
Voordelen:
- Diepere theorie-basis (fysiologie, gasleer)
- Beter erkend in Europa; in FR/IT/ES is CMAS de standaard
- Niet-commercieel; geen modulehandel
Nadelen:
- Minder erkend buiten Europa; op tropische bestemmingen soms onbekend
- Cursusinhoud varieert per nationale federatie
NAUI (National Association of Underwater Instructors)
Marktaandeel: Klein maar gerespecteerd Herkomst: VS, 1960 Filosofie: "Teaching dive leaders rather than just divers"; meer autonomie aan instructeurs
Voordelen:
- Hoge kwaliteitsstandaard voor instructeurs
- Populair bij militaire/technische gemeenschap
- Minder gestandaardiseerd = instructeurs hebben meer vrijheid
Nadelen:
- Weinig verspreid in Europa
- Erkend maar onbekend op veel bestemmingen
Welk brevet kies je?
Als je vakantieduiker bent: PADI of SSI. Beide worden overal erkend.
Als je in Europa duikt en een diepere theorie wilt: CMAS via NOC*NSF (Nederland) of FFESSM (Frankrijk).
Als je naar instructeur wilt groeien: Vraag bij de duikschool naar de opleidingskwaliteit van de instructeur; het merk telt minder dan de persoon.
Alle brevetten worden wederzijds erkend: Als je PADI bent, duikt je ook bij SSI-operators en vice versa.
Sla je duikbrevet-nummers en certificatieplanning op in Depth — het helpt bij het vinden van scholen en het bijhouden van je curriculum vitae als duiker.