← Duikgids

Koraal herkennen tijdens het duiken: hard, zacht en ander

Koraal is niet één ding — het is een verzamelnaam voor duizenden soorten cnidariërs (neteldieren) die samen het rifecosysteem opbouwen. Hard koraal vormt het steenskellet van het rif; zacht koraal siert de rifwanden met kleur en beweging. Weten wat je ziet maakt een duik rijker.

Hoe werkt koraal?

Koraal bestaat uit poliepen — kleine buisjesachtige diertjes met tentakels rondom een mondopening. De poliepen leven in kolonies en scheiden een kalkskelet uit (bij hard koraal) of een proteïne-skelet (bij zacht koraal).

Tropische harde koralen leven in symbiose met algen (zoöxanthellae) die in het weefsel van de poliep leven. De algen fotosynthetiseren en voorzien de koraalpoliep van 90% van zijn energie. Wanneer het water te warm wordt, stoten koralen de algen uit — dit is koraalbleken: de koralen worden wit en sterven als de stress aanhoudt.

Hard koraal (Scleractinia) — de rifbouwers

Hersenkoral (Diploria, Lobophyllia e.a.)

Grote, ronde koraalkoppen met kronkelende windingen die op een menselijk brein lijken. Grijs/bruin/groen. Groeit langzaam maar is robuust — honderd jaar oud exemplaar is niet uitzonderlijk.

Verspreid over alle tropische rifgebieden (Caraïben, Rode Zee, Indo-Pacific).

Staghorn koraal (Acropora cervicornis)

Vertakte, gewei-achtige structuren van dunne staven. Eén van de snelst groeiende koralen maar ook kwetsbaarste voor breuk en ziektes. In de Caraïben ernstig bedreigd; rijker aanwezig in Indo-Pacific.

Tabel/plaat-koraal (Acropora hyacinthus)

Horizontale, brede platen op hoge stelen. Vormt "tafels" van 1–3 meter diameter op rifkanten. Favoriete habitat voor rifvissen die eronder schuilen. Karakteristiek voor Indo-Pacific rifkanten.

Pilaarkoraal (Dendrogyra cylindrus)

Kolonies van verticale zuilen, tot 2 meter hoog. Endemisch voor de Caraïben. Nu ernstig bedreigd door koraalziektes (SCTLD). Mooie nachtduiksoort — 's nachts open tentakels.

Ster-koraal (Orbicella, Montastraea e.a.)

Grote bolvormige koraalkoppen met stervormige poly-arrangement op het oppervlak. Grijs/bruin. Eeuwenoud; sommige exemplaren in de Caraïben zijn 500–800 jaar oud.

Zacht koraal (Alcyonacea en Gorgonacea)

Zeewaaiers / gorgoniëns (Gorgonia, Muricella e.a.)

Tweedimensionale waaierstructuren die haaks op de stroming staan — zo vangen ze plankton. Lila, oranje, rood of wit. Beeldbepalend op rifwanden in de Caraïben, Filipijnen en Indonesia. Geen kalkskelet maar hoornachtige axiale structuur.

Drakenkoraal / zachte boomkoraal (Dendronephthya)

Kleurrijke, bosvormige zachte koraalkolonies (rood, oranje, roze) op rifwanden. Bevatten geen zoöxanthellae — leven puur van gefilterd plankton. Meest spectaculair bij sterke stroming (Komodo, Raja Ampat, Rode Zee).

Schimmelkoraal / leerkoraal (Lobophytum, Sarcophyton)

Zacht, lederachtig oppervlak dat eruit ziet als een paddestoel of geplooid tapijt. Groen, grijs of geel. Dominant op ondiepe riffen in de Indo-Pacific. Symbiotische algen geven hen energie.

Koraal herkenningstips

  1. Groeipatroon: vertakkend (Acropora), bolvormig (hersens, ster), plaatvormig (tabel), zuilvormig (pilaar)
  2. Textuur: hard en korrelig (hard koraal) vs. zacht en buigzaam (zacht koraal)
  3. Kleur: hard koraal = aardse tinten (bruin, grijs, beige); zacht koraal = feller (rood, oranje, paars)
  4. Locatie op het rif: ondiepe top (Acropora), rifwand (Gorgoniëns, zachte koralen), lagune (hersenkoral)

Log je koraalwaarnemingen in Depth — soortsnaam, diepte, grootte en conditie (gebleekt/gezond) zijn waardevolle data voor rifmonitoring.

Veelgestelde vragen

Is aanraken van koraal verboden?

In vrijwel alle mariene beschermde gebieden: ja. Zelfs het aanraken beschadigt de slijmlaag en kan infectie veroorzaken. Goede buoyancy control is de aangewezen vaardigheid.

Hoe zie ik of koraal gezond is?

Gezond koraal heeft kleur (van symbiotische algen). Wit of vervaagd koraal is gebleekt of gestresst. Bruin en dof kan ook normaal zijn bij weinig licht.

Wat is het grootste risico voor rifkoralen?

Klimaatverandering (opwarming + verzuring), eutrofiëring, overbevissing (verlies van grazers leidt tot algendominantie) en aankeringschade.